doorloper

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
1 afwas ; afname in aantal ; koekvulling 2 ontvangtoestel ; hemelbestormer 3 plaats in Amerika ; heldhaftigheid ; medisch instrument 4 man van adel ; schoenmakersgereedschap ; moeder 5 dressing ; plotseling opkomende ster ; stereotiepe mening over iemand 6 tafelfles ; komaf 7 niet afgewerkt ; kenbaar maken ; slok 8 bewerken van land ; gevangeniskamertje ; slagader 9 parasiet ; snibbig meisje ; deel van een oud-Romeinse woning 10 snelle voortgang ; prehistorisch dier ; koningin-regentes 11 stuk doek ; fabelwezen ; drempel 12 water om de polen ; muziektempel ; plaats aan de rand van de Veluwe 13 schrijfwijze ; pienter ; haar verliezen
1 angst ; bespannen voertuig ; treuzelaar 2 natuur ; geschikt gemaakt 3 groet ; bevlieging ; aan de kant 4 plaats in Gelderland ; brandkluis ; kookgerei 5 verschijnen ; muziekstijl ; derrie 6 rivier (Spaans) ; redeneerkunde ; weersgesteldheid 7 voorstelling ; voortdurende ruzie ; Spaans letterteken 8 mythologische tovenares ; aankomen 9 hartstochtelijk (muziek) ; mede 10 kasteel ; tweewielig voertuig ; achteraf 11 puntig staafje ; bericht ; vouw in de huid 12 etmaal waarop het vriest ; balletkleding ; honingdrank 13 zeggenschap ; echtgenoot ; tot poeder maken